Europese katten


In Europa komen maar een paar soorten katten voor: de lynx, de huiskat en de wilde kat.

De lynx (je zegt links) komt in het noorden van Scandinavië voor.                  
Er zijn 3 soorten lynxen: de gewone lynx, de rode en de caracal of woestijnlynx.
Een paar kenmerken van de lynx zijn dat hij een dikke vacht heeft ( de caracal niet) en zijn pluimoren.

De gewone lynx komt in Europa voor. Hij leeft wel in dichte bossen zodat hij zijn prooi makkelijk kan besluipen. De lynx eet vooral reeën, hazen en patrijzen, maar als hij honger heeft eet hij ook muizen, kikkers en hagedisjes.Er werd veel jacht op de lynx gemaakt omdat veel mensen bang waren voor deze grote kat. Nu wordt hij weer uitgezet.
 

                                        
woesteinlynx          caracal   sneeuwlynx
De lynx heeft ook een mooie vacht (en een gecamoufleerde). Om dicht bij de prooi te komen draait hij zijn poot niet om!

De huiskat is heel bekend. Veel mensen hebben een kat omdat het een slim en lief dier is. Hij knort zacht; dit maakt hem zo aantrekkelijk.

Wilde katten in Europa zien eruit als gestreepte huiskatten. Kenmerken aan hem zijn: een stompe geringde staart en hij is erg groot (voor een kleine kat in Europa).
‘s Avonds gaat hij vooral op jacht, hij eet vooral muizen, ratten, eekhoorns of soms een reetje of een schaap.

Sinds 1934 zijn ze in Duitsland beschermd en vanaf 1962  ook in Zwitserland. Daardoor komen er steeds meer wilde katten. Jammer genoeg nog niet in Nederland en België

terug