MEIDEN APART
Uit ervaring blijkt dat technieklessen voor meiden effectiever zijn, wanneer ze in meidengroepjes kunnen samenwerken. Door jongens met meiden te laten samenwerken doe je beiden tekort en ga je voorbij aan de verschillen tussen de sexen.
Meisjes hebben minder zelfvertrouwen dan jongens als het gaat om techniek/exacte vakken. Dit scheelt al gauw een punt. Simpel gezegd, jongens met een zeven vinden zichzelf goed genoeg voor een exact vak, meisjes met een zeven-en-een-half vinden zich niet goed genoeg en kiezen wat anders. Kiezen voor een studie vraagt om zelfvertrouwen in eigen mogelijkheden. Nou is de vraag: hoe zorg je ervoor dat meisjes meer zelfvertrouwen kunnen krijgen.
Er zijn verschillende instrumenten. Technika 10 gaat er vanuit dat meiden meer zelfvertrouwen in hun technische talenten krijgen als ze in ongemengde groepen werken. Een goed gelukte opdracht, is dan alleen maar uit te leggen als een goede prestatie van meisjes. Meisjes krijgen geen kans het succes aan jongens toe te schrijven. Ze hebben meer gelegenheid de opdracht naar hun eigen stijl uit te werken. Meisjes worden gedwongen om alle werkzaamheden uit te voeren en kunnen bepaalde werkzaamheden niet aan jongens overlaten. Ditzelfde voordeel geldt natuurlijk ook voor jongens. In 2001 is in Engeland een experiment uitgevoerd met aparte jongensklassen en meisjes klassen. Beide groepen presteerden beter bij deze aanpak, maar de meisjes hadden er het meest baat bij (Times Educational supplement 1 juni 2001). Ook op Amerikaanse meisjesscholen blijken meiden beter te presteren dan op gemengde scholen. Wat kun je als leerkracht verder nog doen? Van der Kley (1983) constateert dat meisjes relatief meer controle- en oefenbeurten krijgen, terwijl jongens meer doorvraagbeurten krijgen. Uit onderzoek Dolle-Willemsen(1995) blijkt dat leraren door hun manier van vragen stellen, jongens meer stimuleren tot probleemoplossen en zelfstandig nadenken. Jongens krijgen langere denkpauzes en meer 'waarom-vragen'. Het valt niet mee om je houding als leerkracht bij te stellen, maar hier is dus wel winst te behalen.
Meisjes profileren zich als leken, ook al kunnen ze goed uit de voeten met de computer. Jongens stellen zich op als deskundigen, zelfs als ze niet goed zijn met de computers. Docenten en medeleerlingen accepteren en bevestigen zulk sekse stereotiep gedrag (onderzoek: Volman 1997). Wat zou je daarmee kunnen doen als leerkracht? Misschien moet je meisjes regelmatig confronteren met hun meetbare prestaties. De techniektoets uit het leerlingvolgsysteem van het Cito zou daarbij een hulpmiddel kunnen zijn.
Een groot deel van de basisschoolleerkrachten is vrouw. Een geweldige kans om een goed voorbeeld aan meiden te geven. Presenteer jezelf niet als leek maar als deskundige. Dat hoeft niet te betekenen dat je alles van techniek zou moeten weten. Als leerkracht ben je deskundig genoeg om op basisschoolniveau technieklessen te geven, net als over geschiedenis en rekenen. Want het gaat vooral om een houding naar techniek. Door kinderen te leren kijken naar vorm, materiaal en functie geef je hen gereedschap om de technische wereld om hen heen te leren begrijpen. Het plezier van iets uitproberen, iets te maken wat anders is als dat van een andere leerling. Dat is wat je jongens en meisjes mee zou moeten geven.
|